De eerste aankondiging, bijna drie jaar geleden, dat Moulin Rouge! de Musical naar Nederland zou komen, namen we min of meer voor kennisgeving aan. Het deed ons niet zoveel, de zoveelste jukeboxmusical, gebaseerd op een film die slechts vage herinneringen opriep. Toen even later bekend werd gemaakt dat Carlo Boszhard de rol van Harold Zidler, de uitbater en ceremoniemeester van de beroemde Parijse nachtclub, zou spelen, werden we ook niet meteen dolenthousiast. Hij had al lange tijd geen grote musicalrol meer gespeeld en bovendien lag het gevaar van een al te nadrukkelijke Carlo Boszhard-show op de loer. Boy, were we wrong!
Ook de bekendmaking van de andere hoofdrolspelers trok ons niet direct over de streep. Natuurlijk hadden we Keoma Aidhen gezien als een krachtige Jasmine in Aladdin, maar juist daardoor konden we ons haar nog moeilijk voorstellen als de tragische ster van de Moulin Rouge. Hetzelfde gold voor alternate Tessa-Sunniva van Tol, die we eveneens vooral met Disney associeerden. Martijn Noort hadden we na zijn stagerol in de Homemade-musical Razend! niet meer gevolgd tijdens zijn Duitse carrière. Voor ons was hij daardoor bijna een onbekende hoofdrolspeler.
We luisterden naar het castalbum van de Broadway-cast, maar de aaneengeregen fragmenten van overbekende popsongs gaf ons eerder onrust dan enthousiasme. Het maakte onze nieuwsgierigheid naar de Nederlandse productie bepaald niet groter.
Na de aankondigingen bleef het vrij lang stil rond Moulin Rouge. Totdat we, anderhalve week voor de eerste try-out, kennismaakten met de cast – én het spectaculaire decor – bij een perspresentatie in het Beatrix Theater. Wow! Overrompeld door het decor, de charme van de cast en het enthousiasme waarmee zij uitkeken naar het moment waarop ze deze show voor het eerst aan ons konden laten zien, begon het bij ons te borrelen. Dit kon weleens iets heel bijzonders worden! Boy, were we right!
Na de spectaculaire opening van de eerste try-out zaten we verdwaasd in onze stoelen. Wat een tempo, wat een passie, wat een visueel spektakel. Al in de eerste twintig minuten was duidelijk dat hier bijna olympische prestaties werden geleverd. Het leek onmogelijk dat de cast dit de hele voorstelling zou kunnen volhouden.
Moulin Rouge was een loodzware voorstelling om te spelen, die fysiek en vooral vocaal het uiterste van de spelers vroeg. Nog vóór de eerste try-outs dreigde Rosanne Rebergen haar droomrol als Nini alweer kwijt te raken. Ze raakte zwaar geblesseerd en de artsen waren het erover eens dat het onmogelijk was om op tijd fit te zijn voor de première. Juist die avond was van doorslaggevend belang: volgens de reglementen van de Musical Awards kan een speler alleen worden genomineerd wanneer die ook de première heeft gespeeld. Met een enorm doorzettingsvermogen slaagde Rosanne erin de vrijwel onhaalbaar geachte première toch te spelen!
Dat ze later werd genomineerd voor de Musical Award voor de beste vrouwelijke bijrol was bepaald niet alleen een beloning voor die prestatie achter de schermen. Haar Nini was fel, grappig, verleidelijk en buitengewoon ambitieus. Het samenspel met Alex Snova als Santiago in ‘Backstage Romance’ was pure theatermagie en groeide uit tot een van de hoogtepunten van de voorstelling.
In Nini’s verhaal school bovendien een bijzondere parallel met dat van Rosanne zelf. Nini zegt Satine ronduit dat ze stikjaloers op haar is en er alles voor over heeft om zelf de Sparkling Diamond van de Moulin Rouge te worden. Toch ze zijn ook familie, en familie komt voor elkaar op. Wanneer Satine ernstig ziek is, helpt Nini haar om toch de première te halen van de voorstelling waaraan ze maandenlang hebben gewerkt. Zoals Nini Satine naar die première hielp, vocht Rosanne zich naar haar eigen première. De droomrol die haar bijna werd ontnomen, leverde haar uiteindelijk een volkomen verdiende nominatie op.
In de eerste maanden van de speelperiode werd pas echt duidelijk hóé zwaar de voorstelling was. Vooral de rol van Satine vereiste een enorm uithoudingsvermogen. Waar de alternate normaal gesproken een vast aantal voorstellingen overneemt, werd Tessa-Sunniva van Tol gaandeweg veel meer dan dat. Toen de zwaarte van de rol en de omstandigheden hun tol eisten, was zij degene die steeds opnieuw klaarstond. Niet af en toe, maar soms avond na avond. Zonder haar was “the show must go on” vermoedelijk vaker een wens dan werkelijkheid geweest. Een Musical Award kon ze er volgens de reglementen niet mee verdienen, maar in het verhaal van deze productie verdient ze zonder twijfel een ereplaats. Ook later moest soms met kunst-en-vliegwerk een Satine gevonden worden.
Zo zagen we Chayenne Lont, die de rol al in Duitsland speelde, onverwacht ook in Utrecht als een zeer sterke Satine. Dat was veel meer dan een bekende rol in een andere taal spelen. Ook de enscenering, timing en samenwerking met haar Nederlandse collega’s verschilden. Chayenne liet zien dat het kennen van een rol nog niet hetzelfde is als moeiteloos in een andere productie kunnen stappen. Nóg later werd Shanna Slaap eenmalig ingezet. Ook zij had deze rol enkele jaren eerder al gespeeld, in Duitsland, maar om dan met minimale voorbereiding ook in Utrecht op te gaan, was bijzonder knap. Shanna was uitzonderlijk goed, heel grappig en met een prachtige stem. Ze speelde niet alsof ze op het laatste moment een voorstelling probeerde te redden, maar alsof ze al maanden deel uitmaakte van deze cast. Het merendeel van het publiek besefte nauwelijks hoe uitzonderlijk de situatie was, maar ook dat hoort bij de magie van het theater.
Satine was het duidelijkste voorbeeld, maar bepaald niet de enige rol die zijn tol eiste. Ook elders in de bezetting werd geschoven, vervangen en opgevangen. De Moulin Rouge bleef alleen draaien doordat achter iedere zichtbare hoofdrol een netwerk van alternates, covers, swings, captains, fysiotherapeuten en crewleden klaarstond. De Moulin Rouge was niet onverwoestbaar. Ze bleef bestaan doordat er telkens weer iemand klaarstond om een ander op te vangen.
Na zestien maanden kwam op 28 december 2025 een einde aan Keoma Aidhens periode als Satine. De actrice die we bij de eerste castbekendmaking nog maar moeilijk los konden zien van prinses Jasmine, had de tragische ster van de Moulin Rouge volledig naar zich toegetrokken. Ze maakte Satine krachtig en verleidelijk, maar ook kwetsbaar en menselijk. Haar samenspel met Martijn Noort vormde vanaf de première het emotionele hart van de voorstelling. Hun ‘Come What May’ was geen routineus liefdesduet, maar het moment waarop de uitbundige jukeboxmusical ineens heel klein en oprecht kon worden.
Het werd een emotioneel afscheid, niet alleen van Keoma, maar ook van een aanzienlijk deel van de cast die de Nederlandse Moulin Rouge vanaf het begin vorm had gegeven. Brecht, Nathalie, Nassim, Loek, Bram, Jack, Nienke, Patrick, Elsa, Swen en Desi verlieten eveneens de productie. Ieder van hen had een eigen kleur toegevoegd aan een ensemble dat nooit als anonieme achtergrond fungeerde, maar als een levende gemeenschap op het toneel. Met hun vertrek verdween niet de voorstelling, maar wel de specifieke chemie die zestien maanden lang avond na avond was gegroeid.
Voor Keoma zelf was het tijd voor een adempauze. Voor Moulin Rouge begon opnieuw een overgang waarvan vooraf niet precies viel te voorspellen wat die met de voorstelling zou doen. De show moest immers door. April Darby had als extra alternate al voorzichtig haar intrede gedaan en stond klaar om vanaf januari de nieuwe vaste Satine te worden. Een nieuw hoofdstuk begon, maar het vorige liet zich niet zomaar uitwissen.
Die nieuwe Satine was voor het publiek niet helemaal nieuw. April Darby was in het najaar al als extra alternate aan de productie toegevoegd en had de rol sindsdien regelmatig gespeeld. Toch voelde haar officiële première in januari als een echte herstart. Na de melancholie van Keoma’s afscheid keerde de uitbundigheid terug in de Moulin Rouge. Niet omdat het vorige hoofdstuk ineens vergeten was, maar omdat April vanaf het eerste moment duidelijk maakte dat ze niet gekomen was om iemand te imiteren.
Haar Satine was zelfbewust, scherp en nadrukkelijk de glamourster die gewend is dat alle blikken op haar gericht zijn. April vulde het toneel met een vanzelfsprekendheid die perfect paste bij de overdaad van de voorstelling, maar liet onder al die glans ook de breekbaarheid van Satine zichtbaar worden. Vocaal klonk ze vol en gecontroleerd; in de grote nummers droeg ze de zaal moeiteloos, terwijl ze in de kleinere momenten juist de rust durfde te nemen. Zo bleef onder de fonkelende ster steeds de kwetsbare vrouw zichtbaar.
De timing van haar première kon nauwelijks feestelijker. Nog geen week eerder was April als Glamourpoes ontmaskerd als winnares van ‘The Masked Singer’. De bijnaam ‘Sparkling Glamourpoes’ lag daarmee voor het oprapen, maar bleek ook opvallend toepasselijk. April bracht glamour, energie en nieuw elan op een moment waarop de productie dat goed kon gebruiken.
Een wisseling van de hoofdrol had de zorgvuldig opgebouwde balans gemakkelijk kunnen verstoren. In plaats daarvan bewees April dat een familie ook nieuwe leden kan opnemen zonder dat het karakter van de productie verloren gaat. De show ging verder, met een andere Satine en een nieuwe dynamiek, maar met dezelfde intensiteit waarmee de Utrechtse Moulin Rouge zich vanaf het begin had onderscheiden.
Hoe uitzonderlijk de Utrechtse bezetting was, hadden we al in april 2025 ontdekt. We gingen de voorstelling op Broadway bekijken, in de verwachting daar op zijn minst een even sterke uitvoering te zien als in Utrecht. Dat viel behoorlijk tegen. Boy George speelde Zidler met zo weinig energie en urgentie dat we pas goed beseften hoeveel Carlo Boszhard aan de Nederlandse productie toevoegde. Bij hem was Zidler de motor van de avond, terwijl zijn Broadwaytegenhanger nauwelijks vaart in de voorstelling wist te brengen. Ook de rest van de cast moest het voor ons afleggen tegen de explosieve energie van de Utrechtse bezetting. In New York zagen we een technisch verzorgde, maar opvallend routineuze jukeboxmusical. In Utrecht was hetzelfde materiaal uitgegroeid tot een avond topamusement. Daar draaide de show niet alleen: daar lééfde ze.
De vergelijking maakte bovendien duidelijk dat het materiaal alleen tot leven kwam dankzij de mensen die het iedere avond met volle overtuiging speelden. De grootste verrassing was misschien wel Martijn Noort. Bij de aankondiging was hij voor ons nog vrijwel een onbekende hoofdrolspeler, maar in Utrecht groeide hij uit tot de gouden standaard voor iedere Christian die we daarna zagen. Hij combineerde de onbevangenheid en romantiek van de jonge schrijver met een vocale kracht die hij avond na avond moeiteloos leek vol te houden, hoe hoog en veeleisend de partij ook was. Zijn Christian was veel meer dan alleen Satines romantische tegenspeler, maar het kloppende hart van het verhaal.
Die prestatie bleef niet onopgemerkt. Als relatief onbekende acteur won Martijn de Musical Award voor Beste Mannelijke Hoofdrol en liet hij veel ervarener medegenomineerden als Milan van Waardenburg, Dorian Bindels en Buddy Vedder achter zich. Een resultaat dat bij de eerste castbekendmaking misschien nog als een verrassing zou hebben geklonken, maar na hem in de Moulin Rouge te hebben gezien volkomen vanzelfsprekend voelde.
Met Nino Ruiter, die als de Duke of Monroth een heerlijk zelfingenomen en dreigende tegenstander neerzette, ontstond gedurende de speelperiode een bijzondere band. In een unieke samenwerking ging hij tweemaal een uur live op Instagram en TikTok, bijgestaan door onze verslaggever en recensent Teddy. De uitzendingen kwamen rechtstreeks vanuit Nino’s kleedkamer in het Beatrix Theater en boden een spontaan kijkje achter de schermen.
De geplande opzet maakte al snel plaats voor spontane ontmoetingen. Voortdurend kwamen andere acteurs binnenlopen, soms voor een uitgebreid praatje, soms alleen om even naar de kijkers te zwaaien. Juist die spontane onderbrekingen maakten de uitzendingen bijzonder. Ze lieten zien hoe ongedwongen de spelers met elkaar omgingen en hoe vanzelfsprekend zij bij elkaar binnenliepen. De kleedkamer van Nino werd voor twee middagen de gezamenlijke huiskamer van de Moulin Rouge.
De livestreams toonden bovendien een heel andere kant van de acteur achter de weinig sympathieke Duke. Waar zijn personage met geld, macht en intimidatie probeert te krijgen wat hij wil, bleek Nino zelf toegankelijk, geestig en oprecht betrokken bij het publiek. Dankzij hem stond de deur naar de wereld achter het rode gordijn letterlijk even open. Niet alleen voor de collega’s die aan de lopende band binnenvielen, maar ook voor de fans die thuis meekeken en zo tijdelijk deel werden van de familie in het Beatrix Theater.
Binnen het Beatrix Theater was in de loop van de speelperiode een hechte familie ontstaan. Maar ongemerkt was die familie veel groter geworden. Ook buiten de coulissen waren mensen zich onderdeel van de Moulin Rouge-familie gaan voelen: bezoekers die steeds terugkwamen, verschillende bezettingen wilden zien, bijzondere invalbeurten volgden en elkaar bij speciale voorstellingen weer ontmoetten.
Hoe groot de gemeenschap rond Moulin Rouge! inmiddels was geworden, werd pas echt zichtbaar tijdens de eerste sing-along. Niemand wist vooraf goed wat ervan verwacht mocht worden, maar het publiek had nauwelijks aansporing nodig. De zaal zong, reageerde en vierde de voorstelling met een enthousiasme dat ook de cast zichtbaar verraste. Er volgde een tweede sing-along en een derde werd gepland. Die derde viering van de Moulin Rouge-familie zou er nooit komen.
Tijdens het speciale ‘Fan Fan Fan’-event werden de tien bezoekers die de productie het vaakst hadden gezien extra in het zonnetje gezet. Zij stonden symbool voor een veel grotere groep die steeds terugkwam, verschillende bezettingen volgde en bijzondere invalbeurten als gezamenlijke gebeurtenissen beleefde. Na het bericht over het abrupte einde werd de werkelijke omvang van die groep opnieuw zichtbaar. Naast de vele reacties van cast en crew verschenen er talloze herinneringen, foto’s en video’s van bezoekers. Er was verdriet en teleurstelling, maar vooral warmte en dankbaarheid voor wat in het Beatrix Theater was ontstaan. De voorstelling stopte, maar de gemeenschap die zij had opgebouwd liet zich niet zomaar uitwissen.
Alles wat menselijkerwijs kon worden opgelost, werd opgelost. Maar uiteindelijk was het geen ontbrekende hoofdrolspeler, een blessure of de fysieke uitputtingsslag die de voorstelling soms was, die de show stillegde. Ditmaal viel er niets meer op te vangen of te vervangen.
Geen afscheid met tranen, maar met bluswater. Over en uit. Harold had gelijk: de show gaat altijd, altijd, altijd – nou ja, bijna altijd – door.
Frank
PS: natuurlijk is dit geen recensie. Die was er al. Maar deze vijf sterren zijn voor álle mensen, cast, crew, productie én fans, die hier een bijzondere productie van hebben gemaakt!









