Met The Little Big Things zet Koninklijk Theater Carré deze zomer zijn nieuwe traditie voort: internationale musicals niet zomaar importeren, maar als eigen Engelstalige zomermusical presenteren. Vorig jaar was er Hadestown. Nu is er The Little Big Things.
Dit keer staat het waargebeurde verhaal centraal van Henry Fraser, een jonge getalenteerde rugbyspeler wiens leven na een duikongeluk voorgoed verandert. De musical is gebaseerd op Frasers autobiografie en ging in 2023 in première in het Londense Soho Place, waar de voorstelling uitgroeide tot een veelbesproken West End-productie. In Carré is de regie in handen van Ola Mafaalani, met onder meer choreografie van Alice Sheppard en Chiara Re, die ook hier weer origineel en creatief werk levert.
Henry Fraser is zeventien, sportief en vol plannen wanneer hij tijdens een vakantie in Portugal in zee duikt en verlamd raakt vanaf zijn schouders. Eén moment. Alles anders. Voor hem, maar net zo goed voor zijn gezin: “Team Fraser”. Hij groeit op tussen broers die elkaar plagen, uitdagen en overeind houden, ook wanneer niemand precies weet hoe dat moet. Liefde zit bij hen vooral in plagerijen, competitie en ongemakkelijke stiltes. Na het ongeluk komt onder die vanzelfsprekende mannendynamiek angst, verdriet en machteloosheid bloot te liggen.
Naast de volwassen Henry verschijnt zijn jongere zelf: de jongen van vóór het ongeluk. Niet als simpele herinnering, maar als een deel van hem dat blijft rondlopen, blijft praten, blijft confronteren. Daardoor gaat The Little Big Things niet alleen over leren leven met een beperking, maar ook over afscheid nemen van degene die je was.
De voorstelling kiest voor een immersieve opzet. Het publiek kijkt niet naar een traditioneel lijsttoneel, maar zit als het ware om Henry’s wereld heen. Boven het speelveld hangt een grote cilindervormige stellage, die het decor domineert en voortdurend boven de personages aanwezig is. Wie in het tribunedeel zit, merkt wel dat de zichtlijnen niet altijd ideaal zijn. Juist doordat er rondom gespeeld wordt, verdwijnen sommige scènes deels uit beeld. Verder blijft de ruimte open. Scènewisselingen ontstaan vooral door losse decorstukken die worden binnengebracht en weggehaald: een bed, een koelkast, stoelen. De voorstelling schakelt soepel van gezinshuis naar ziekenhuis, van herinnering naar werkelijkheid, zonder dat de vaart wegvalt.
Belangrijk is de inclusieve samenstelling van de cast. Die keuze voelt hier logisch, niet als iets dat achteraf als etiket op de voorstelling is geplakt. Een verhaal over leven met een beperking vraagt om lichamen, stemmen en perspectieven die dat ook echt kunnen dragen. Ed Larkin, die zijn rol als volwassen Henry uit de Londense productie herneemt, geeft de voorstelling daarin een grote vanzelfsprekendheid. Hij speelt Henry niet als slachtoffer, maar als iemand die ook boos, scherp en grappig mag zijn. Om hem heen staat een cast waarin disabled en non-disabled performers niet naast elkaar bestaan, maar samen één speelstijl vormen.
Djavan van de Fliert is nog relatief onbekend in Nederland, maar dat zal niet lang meer duren. Na grote rollen op West End, onder meer in Frozen en Les Misérables, laat hij nu ook het Nederlandse publiek kennismaken met zijn ijzersterke zangstem, overtuigend spel en charisma. Mooi is hoe hij Henry’s jongere zelf niet speelt als een truc of een nostalgisch spiegelbeeld, maar als een steeds verder losrakend deel van Henry. In het begin zit hij nog dicht op hem. Later neemt hij meer afstand. Juist daarin wordt het verwerkings- en acceptatieproces voelbaar. Zijn samenspel met Ed Larkin, ook in scènes waarin hij geen tekst heeft, vraagt om een bijzonder soort chemie. De twee Henry’s kijken naar elkaar, botsen met elkaar en hebben elkaar nodig, totdat duidelijk wordt dat loslaten misschien net zo belangrijk is als vasthouden. Djavan maakt een prachtig Nederlands- en Carré-debuut en dit zal zeker niet de laatste keer zijn dat hij voor Nederlands publiek speelt.
Opvallend is dat Edwin Jonker en Joy Wielkens, na Hadestown, opnieuw als echtpaar tegenover elkaar staan. Dit keer als de ouders van Henry. Helaas is Edwin afgelopen week geblesseerd geraakt, waardoor hij de première moest missen. Zijn rol werd nu overgenomen door de ervaren West End acteur Liam Tobin. We zagen Edwin echter nog wel tijdens een van de try-outs en waar hun rollen minder groot dan vorig jaar zijn, was hun chemie opnieuw direct voelbaar. Juist doordat de ouders niet voortdurend op de voorgrond staan, krijgen hun sleutelmomenten extra gewicht.
Zowel Edwin als Liam raakt in de scène waarin Andrew Fraser Henry laat ontdekken dat er, voorbij alles wat verloren is gegaan, nog altijd talenten zijn die hem een toekomst kunnen geven. Joy krijgt een even wezenlijk moment wanneer zij de frustraties, schuldgevoelens, verwijten en spanningen binnen het gezin benoemt. Daarmee geeft zij lucht aan alles wat te lang onder de oppervlakte heeft gezeten. Haar vertolking van het nummer ‘One to Seventeen’, waarin ze het leven van haar zoon vanaf de geboorte tot aan het ongeluk bezingt, raakt de juiste emotionele snaar en laat je niet onbewogen. Heel mooi laat Andrew Fraser vervolgens aan het einde van het verwerkingsproces zien, dat er ook na de zeventien nog doorgeteld gaat worden.
Winny Herbert is als Tom de stoerste en meest beschermende broer, Jurriaan Bruinier geeft Will de luchtigheid in het gezin en Francisco Schuster maakt Dom de meest directe en kwetsbare van de drie. Samen laten ze goed zien hoe broederliefde soms vooral bestaat uit grappen, bravoure en ongemak. Francisco doet dat met zóveel overtuiging, dat hij met recht een ontdekking genoemd mag worden.
Tessa Jonge Poerink speelt fysiotherapeut Agnes, de spil in Henry’s revalidatie. Zij is degene die hem en zijn gezin niet laat vastlopen in alles wat niet meer kan, maar voorzichtig de blik verlegt naar wat er nog wél mogelijk is. Tessa doet dat nuchter en warm, met genoeg stevigheid om Henry ook tegen te spreken en met een vlekkeloze komische timing. Bovendien blijkt ze over een prachtige zangstem te beschikken, waardoor haar momenten muzikaal net zo veel indruk maken als dramatisch. Haar solo ‘Part of the Plan’ brengt ze met veel urgentie en humor.
The Little Big Things laat het publiek niet rustig achteroverleunen. Niet door grote gebaren, maar door sterk spel, indringende nummers en scènes waarin verdriet, woede en hoop soms pijnlijk dicht op elkaar zitten. De voorstelling trekt de zaal mee in Henry’s strijd, maar net zo goed in die van zijn familie. De voorstelling kiest gelukkig niet voor makkelijke positiviteit. Verdriet en boosheid mogen blijven bestaan. Acceptatie betekent hier niet dat alles goed komt, maar dat er een leven mogelijk blijkt naast wat voorgoed verloren is. De zaal pakte dat tijdens de première duidelijk op en liet dat blijken met open doekjes en een oorverdovend eindapplaus. Opvallend is ook hoe sterk de cast in slechts een paar try-outs is gegroeid: waar de show eerder nog wat fragmentarisch kon aanvoelen, wordt het nu in een geloofwaardige flow verteld.
Carré kiest hiermee voor een zomermusical die het niet van groot spektakel, maar van herkenbare mensen moet hebben. De voorstelling is warm en meeslepend, maar durft ook ongemak, rouw en frustratie toe te laten. Dankzij de sterke cast, de inclusieve speelstijl en de goede flow krijgt Henry Frasers verhaal een overtuigende eigen vorm. The Little Big Things raakt juist doordat het verlies niet wordt weggepoetst, maar naast nieuwe mogelijkheden blijft bestaan. Na Hadestown bewijst Carré opnieuw dat die zomermusicaltraditie meer kan zijn dan een tijdelijke programmeringskeuze.
Frank
The Little Big Things speelt tot en met 16 augustus 2026 in Koninklijk Theater Carré. Meer info en kaarten: carre.nl


