In een vrijwel uitverkocht M-Lab mochten gisteren tien jonge musicalacteurs hun eerste voorstelling van de musical Dogfight spelen. Regisseur en M-Lab’s creatief adviseur Benno Hoogveld koos deze voorstelling, in een vertaling van Allard Blom, als project om een groep jonge professionals de kans te geven nog éénmaal een stage-project te doen, alvorens ze het werkveld ingestuurd worden. Dogfight is daarvoor een passende titel, niet alleen omdat het een recente productie is (ging bijna drie jaar geleden in première off-Broadway), maar ook vanwege het thema; een groep jonge mariniers, net klaar met hun opleiding, zetten nog één nacht de bloemetjes buiten in San Francisco, voordat ze naar Vietnam gestuurd worden. De symboliek is duidelijk. Ook de jonge theater-professionals mogen nog een keer spelen, voordat het “echte leven” voor hen begint.
Dogfight is gebaseerd op de gelijknamige film uit 1991, met River Phoenix en Lili Talor in de hoofdrol. Het speelt zich af in 1963, toen de Amerikaanse president John F. Kennedy de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam escaleerde tot een oorlog. Vijf jonge mariniers (waaronder de “Three Bee’s” Birdlace, Boland en Bernstein) zijn klaar met hun opleiding en worden ingescheept voor hun reis van San Francsico naar Okinawa, om vervolgens door te reizen naar Vietnam. Ze organiseren een “dogfight”; een wreed ritueel waarbij de mannen elk 50 dollar inleggen en vervolgens een meisje moeten “regelen” dat ze meenemen naar een feest. De deelnemer die het lelijkste meisje heeft, krijgt de volledige inleg. Gaandeweg de nacht gaan ze zich te buiten aan drank en prostituees, om zo hun vriendschapsband zo te sterken voordat ze de oorlog ingestuurd worden. Birdlace (Jeffrey Italiaander) ontmoet in een restaurant de serveerster Rose (Eline de Jong) en haalt haar over mee te gaan naar het feest. Naïef als ze is, gaat Rose mee, om vervolgens achter de ware redenen te komen. Ze verlaat het feest, maar later die nacht treffen zij en Birdlace elkaar toch weer. Birdlace heeft spijt van zijn wrede gedrag, laat zijn vrienden achter en brengt de rest van de nacht met Rose door.
De zes jonge mannen spelen zeer overtuigend de groep jonge mariniers, overladen met adrenaline en testosteron. Het meest in het oog springen de “Three Bee’s”, de al genoemde Jeffrey Italiaander alsmede Stef van Gelder (Boland) en Luuk Melisse (Bernstein). In het mannenensemble moeten Jorrit de Vries, Silencio Pinas en Ruben van Keer naast hun mariniers-rol ook nog een aantal bijrollen spelen. Het enthousiasme spat er bij hen vanaf en ze stuiteren als jonge honden over het toneel. Eline de Jong maakt indruk met haar zang en krijgt de lachers op haar hand als ze het taalgebruik van Birdlace nadoet tijdens een nachtelijk etentje. Ook de scène waarin Marie Körbl het wereldvreemde meisje Ruth speelt is sterk door een vrijwel dialoogloze humor, waarbij de one-liner die de scène afsluit aangeeft dat ze toch niet zo wereldvreemd is. Marie speelt overigens net zoals haar collega’s Iris Oppatja en Rhona Roode meerdere rollen in het stuk, al is niet altijd even duidelijk wat de functie is van de personages. Ook wordt tijdens de tweede akte tijdelijk geschakeld naar een vertellers-rol en dat wringt ook een beetje. Muzikaal lijkt het geïnspireerd op Sondheim, met af en toe een vleugje Bob Dylan en Elvis Presley en dat past uitstekend.
Het idee om een “stage-musical” te produceren sluit prima aan bij de opzet van M-Lab; jonge acteurs krijgen de kans zich uit te leven en het publiek ziet een mooie off-Broadway voorstelling die normaal gesproken niet snel geprogrammeerd zou worden. In deze cast zitten een aantal veelbelovende talenten die we de komende jaren zeker terug gaan zien in (mainstream) producties. Wie dat zijn, kun je tot 21 juni nog gaan zien in M-Lab.
Meer info en kaarten: www.m-lab.nl/dogfight
Frank