Het wordt een ijskoude zomer voor de cultuursector Overheid laat theaters en theatermakers volledig links liggen

Het wordt een ijskoude zomer voor de cultuursectorEen week eerder dan verwacht kwam de persconferentie waar reikhalzend naar werd uitgekeken. Na bijna 2 maanden van stilzitten en afwachten zou het herstel van het maatschappelijk leven voorzichtig gaan beginnen. Er werd een groot pakket aan verlichtingen bekendgemaakt, maar na nadere studie (en verduidelijking tijdens het debat een dag later) moet geconcludeerd worden dat het niet alleen grotendeels onder voorbehoud is, ook zijn de maatregelen zelf deels hooguit van symbolische waarde.

Natuurlijk, de kappers en manicures waren blij, net zoals de mensen die blijkbaar daarom met de handen in het haar zaten. Maar van de theaters gingen de deuren niet echt open. Een enkele uitzondering daargelaten (aanrader: TapasTheater in Amsterdam) kan geen enkel theater ook maar in de buurt komen van een bedrijfseconomisch verantwoorde openstelling, als er maar 30 personen in het gehele theater mogen worden toegelaten. Inclusief personeel. Meer dan een handvol betalende bezoekers mogen er dan niet binnengelaten worden, die ieder vele honderden euro’s zouden moeten betalen om alleen al de variabele kosten te dekken. Een mogelijke verhoging van het aantal toegestane personen naar 100 verandert dit maar marginaal. Je zou zeggen dat een ondernemerspartij als de VVD dit zou onderkennen. Of een minister van Cultuur die dit genre na jaren van afbraakpolitiek niet ziet als een linkse hobby. De mededeling van Mark Rutte tijdens de persconferentie dat de theaters open mogen verdient de term eufemisme niet eens; hij had beter kunnen zeggen dat we weer door het sleutelgat van de deur van het theater mogen kijken.

Er is de afgelopen weken door veel mensen uit het werkveld benadrukt wat het economisch belang van de cultuursector is. Driehonderdduizend medewerkers. Waarvan 60% als zzp-er. Een bijdrage van 3.7% aan het bruto binnenlands product. Bijna net zoveel als de luchtvaartsector, maar aanzienlijk minder vervuilend. Toch steekt de overheid zonder met de ogen te knipperen tot wel vier miljard euro in de KLM. Scheepsbouwer IHC, met 3000 medewerkers, krijgt een injectie van 377 miljoen euro. Om de werkgelegenheid te beschermen. Om de sector te beschermen. Maar datzelfde IHC moest vijf jaar geleden al 850 mensen ontslaan. Datzelfde IHC moest twee jaar geleden al een injectie krijgen van 120 miljoen euro. Waarmee datzelfde IHC het ongeveer twee jaar zou moeten kunnen uithouden. Dat blijkt te kloppen, want precies twee jaar later staat datzelfde IHC weer met de hand op, waar de overheid zonder met de ogen te knipperen 377 miljoen euro in laat vallen. Maar voor de cultuursector worden alleen de reeds gesubsidieerde instellingen nog meer gesubsidieerd. Zzp-ers worden ondersteund, door hun inkomen aan te vullen tot het sociaal minimum. Het overgrote merendeel van de bedrijven kan aanspraak maken op een lening, om toekomstige producties te financieren. Voor in totaal 30 miljoen. Bedrijfseconomische waanzin.

Maar de economische kant van de cultuursector schetst maar een deel van het belang hiervan. De toegevoegde waarde verdwijnt niet naar het buitenland. De output van deze sector levert een wezenlijke bijdrage aan het welzijn van een groot deel van de bevolking. De bijdrage van cultuur is voor de miljoenen mensen die de voorstellingen jaarlijks bezoeken van wezenlijk invloed op hun levensgeluk. Veel meer dan de bouw van een baggerschip. Die miljoenen mensen zijn niet alleen consument van de cultuursector, maar kunnen mede dankzij de cultuursector ook hun accu weer opladen. Waardoor ze ook beter in staat zijn om te gaan met de druk van het dagelijkse bestaan. Uiteindelijk heeft dat ook weer effect op hun welzijn en sociale en economische  productiviteit.

De overheid heeft echter momenteel geen oog voor dit alles. Ze stellen de theaters en theatermakers niet in staat om hun broek zelf op te houden en negeren vooralsnog de voorstellen die er uit de sector zelf komen. Maar tegelijkertijd wordt de sector die op slot wordt gehouden niet gesteund om deze uitzonderlijke tijd te overleven. Theatermakers gaan failliet. Theaters moeten definitief de deuren sluiten. Wat overblijft is dusdanig vermagerd, dat herstel jaren zal gaan duren.

Het vermaledijde “nieuwe normaal” heeft geen plaats voor economisch renderende theaters. Er kunnen maatregelen genomen worden, zoals nu gebruikelijk is in de winkels, waarbij personeel en bezoeker op veilige afstand van elkaar blijven. Cast & crew aanmerken als contactberoep, met regelmatige controles. Extra hygiëne in acht nemen. Een appèl doen op bezoekers, om bij klachten thuis te blijven – en dat ook vergoeden! Meezingen ontmoedigen – dat zouden we sowieso moeten doen…. Maar bezoekers op anderhalve meter van elkaar houden is in de theaters economisch niet haalbaar. Als dat betekent dat theaters dus pas weer normaal open kunnen zodra er een vaccin is, dan moet daar nú al op geanticipeerd worden. Zet de sector dan maar in een winterslaapstand, waarbij het overleven centraal staat.

De symbolische waarde van een papieren maatregel als het openen van de theaters voor dertig c.q. honderd personen is volstrekt tegengesteld aan de vermeende bedoeling ervan. Het is geen stap in de goede richting. Het is geen blijk van goede wil, geen aanmoediging om mee te gaan in het “nieuwe normaal”. Het is een klap in het gezicht van de theaters, theatermakers en theaterliefhebbers!

Nee, de theatermakers én theaterliefhebbers zitten thuis deze zomer. Perfect gemanicuurd en gecoiffeerd. Dat dan weer wel.

Frank


 

Gerelateerd aan dit artikel
Column, Nieuws
Deel dit artikel: