In vier jaar tijd is het aantal theaterbezoekers met 43% teruggelopen, aldus VVTP-voorzitter Erwin van Lambaart in gesprek met BNR radio, eerder deze week. Hij schat in dat 80% van deze terugval crisis-gerelateerd is. Voor de resterende 20% moeten de producenten ook de hand in eigen boezem steken; leveren ze wel de top-producties die het publiek wil zien en zijn ze innovatief genoeg geweest. Naar het theater gaan is geen primaire levensbehoefte, waardoor bezoekers andere keuzes maken, bijvoorbeeld voor een veel goedkoper bioscoop-bezoek in plaats van het duurdere theater. Toch is er licht aan het einde van de tunnel, want hoewel harde cijfers nog niet beschikbaar zijn, wordt verwacht dat de teruggang in bezoekersaantallen met seizoen 2013/2014 is gestopt. Het nieuwe seizoen dat in augustus begint, zou het begin moeten worden van de herleving van theater en entertainment in Nederland. Aangejaagd door een toenemend consumentenvertrouwen, neemt de belangstelling voor producties in het nieuwe seizoen toe, hetgeen blijkt uit de nu voorzichtig op gang komende boekingen vanuit de abonnementen.
Van Lambaart concludeert dat de vrije theatersector te lang heeft gewacht met innoveren. Voorstellingen die wél met iets vernieuwends kwamen, of een nieuwe doelgroep aanspreken, blijken veel succesvoller te zijn, zoals bijvoorbeeld Soldaat van Oranje. Alleen een goede productie brengen is ook niet voldoende om de bezoekers naar het theater te trekken, er moet ook een wezenlijke inspanning in marketing en publiciteit plaatsvinden. Voor zijn eigen producties met Niehe – Van Lambaart rekenen ze ongeveer met 15% van de totale uitgaven als budget voor marketing.
Nederland kan het Broadway van Europa worden, zo stelt Van Lambaart. De kwaliteit is er voor aanwezig, de voorstellingen staan in internationale belangstelling, zoals bijvoorbeeld Rocky, Sister Act en Daddy Cool. Binnen een aantal jaren moet dat kunnen leiden tot een leidende Europese positie. De behoefte bestaat wel aan een nieuwe generatie schrijvers en componisten. Daarrnaast moet ook de Nederlandse overheid dit ondersteunen, met bijvoorbeeld een Tax Shelter systeem, met een belastingvoordeel, in eerste instantie voor filmmakers, maar in een later stadium ook voor makers van live entertainment.
De nieuwe Wet Werk en Zekerheid, die de regelgeving rondom tijdelijke arbeidscontracten aanscherpt, vormt echter een fikse bedreiging voor de theaterwereld. Volgens de huidige regels mogen artiesten in drie jaar drie tijdelijke contracten aangeboden worden. Als de artiest vervolgens drie maanden niet in dienst is geweest bij dezelfde werkgever, begint een nieuwe periode van drie jaar. Dat valt prima in te passen in situaties waarbij voorstellingen zeven tot acht maanden lopen. In de nieuwe wet mag er echter maar tweemaal per drie jaar een contract aangeboden worden en gaat deze cyclus pas na zes maanden opnieuw van start. Als er geen uitzonderingspositie komt voor de theaterwereld, dan zet dat een streep door de opgaande lijn die nu ingezet wordt.