Een nieuw leven voor Cats Geheel nieuwe versie van klassieker in première gegaan

Cats, met muziek van Andrew Lloyd Webber, is gebaseerd op Old Possum’s Book of Practical Cats, de gedichtenbundel uit 1939 waarin T.S. Eliot het karakter en gedrag van katten beschrijft. De musical ging in 1981 in Londen in première en groeide uit tot een van de langstlopende musicals op West End en Broadway. De eerste Nederlandse productie, in 1987 in Carré, betekende onder meer een belangrijke stap in de vroege carrière van Pia Douwes. Bijna twintig jaar na de laatste Nederlandstalige tournee is Cats terug. En hoe! De Graaf & Cornelissen hebben deze klassieker in een compleet nieuwe theatrale setting nieuw leven ingeblazen. Gisteren ging de productie in première, en waar anders dan in Koninklijk Theater Carré, waar de Nederlandse geschiedenis van Cats in 1987 begon?

Een nieuw leven voor Cats

De oorspronkelijke vuilnisbelt heeft plaatsgemaakt voor het Rijksmuseum, waar de katten na sluitingstijd tussen de kunstwerken tot leven komen. Een opmerkelijke verhuizing, die veel meer oplevert dan alleen een nieuw decor. De schilderijen en kunststromingen vormen de inspiratie voor de kostuums en personages en geven de vertrouwde kattenwereld een geheel eigen karakter. Ook het verhaal van Grizabella, ooit een bewonderde glamourkat maar inmiddels door haar soortgenoten verstoten, krijgt in deze omgeving een extra lading. Want waar in een museum het verleden wordt gekoesterd, blijken de katten daar heel anders mee om te gaan.

Dans heeft vanaf het begin een hoofdrol gespeeld in Cats. De oorspronkelijke choreografieën van Gillian Lynne zijn bijna net zo iconisch geworden als de muziek van Andrew Lloyd Webber. Daar rigoureus in ingrijpen vraagt om lef, maar dat wordt in deze productie ruimschoots beloond. Klevis Elmazaj heeft compleet nieuwe choreografieën ontwikkeld, die door het ensemble met een enorme energie en precisie worden uitgevoerd. Het levert spectaculaire dansnummers op, met als absoluut hoogtepunt Het Jellicle Bal, dat zelfs een ovatie midden in de voorstelling ontlokte. De grandeur van het Rijksmuseum wordt schitterend overgebracht in de vormgeving. De kostuums zijn geïnspireerd op beroemde schilderijen en kunstenaars, terwijl het decor met zijn indrukwekkende dieptewerking de illusie wekt dat je daadwerkelijk door de zalen van het museum kijkt. Je vergeet volledig dat je in een theater zit. De nieuwe vertaling van Florus van Rooijen is eveneens een schot in de roos. De teksten zijn geestig, uitstekend verstaanbaar en zitten vol verwijzingen naar Amsterdam, zonder dat die geforceerd aanvoelen. Muziek, dans, vormgeving en tekst versterken elkaar, waardoor een verrassend nieuwe Cats ontstaat.

De danskwaliteiten van het ensemble krijgen ook individueel een gezicht. Rosanne Rebergen imponeert als Bomballerina met haar virtuoze dans, terwijl Nori de Winter als Demeter haar sterke uitstraling combineert met overtuigende zang en beweging. Maar de katten hebben meer in huis dan dans alleen. Martijn Vogel heeft als Barend-Jan Bol de lachers op zijn hand en weet als de oude theaterkat Ko Het Podiumbeest juist te ontroeren. Dankzij de vertaling kan hij bovendien uitpakken met geestige kattenwoordspelingen, waaronder een fraaie knipoog naar wat Toon Hermans ooit hoorde ruisen in het struikgewas. Minstens zo eigenzinnig is McSluwerik, door Pim Vergeldt neergezet als de Banksy onder de katten. Net als de mysterieuze guerrillastraatkunstenaar duikt hij op onverwachte plekken in het museum op, om vervolgens weer ongrijpbaar te verdwijnen.

Voor een heel ander soort spektakel zorgt Stijn Holewijn als Magische Maestro Mysterio, in een scène waarin Wijze Metusalem (Richard Spijkers) een sleutelrol vervult. Metusalems rechterhand Kletsmajoor wordt gespeeld door Julius de Vriend, die opvalt door zijn heldere dictie en natuurlijke autoriteit. Met zijn heldere dictie, prachtige zangstem en natuurlijke autoriteit staat hij opvallend zelfverzekerd op het toneel, zeker gezien zijn jonge leeftijd.

Tegenover de humor, virtuositeit en magie van de andere katten staat het verdriet van Grizabella, sterk vertolkt door Nurlaila Karim. Haar eenzaamheid is voelbaar wanneer de andere katten haar in de eerste akte keer op keer afwijzen. Met ‘Weemoed’ (Memory) weet Nurlaila vervolgens te ontroeren. Regisseur Paul van Ewijk laat de verandering in de houding van de andere katten zorgvuldig ontstaan, waardoor de uiteindelijke acceptatie geloofwaardig en aangrijpend is. Ook in de kostuums komt de thematiek prachtig terug. Grizabella draagt aanvankelijk een versleten jurk, die eruitziet als een beschadigd schilderij. Haar uiteindelijke transformatie, waarbij de gouden portretten van Gustav Klimt als inspiratie dienen, vormt een schitterende verbeelding van wedergeboorte.

De Graaf & Cornelissen lieten met Evita en Mamma Mia! al eerder zien dat ze bekende musicaltitels een eigen invulling kunnen geven, maar met Cats gaan ze nog een stap verder. Dit is geen opfrisbeurt van een klassieker of een poging om die naar het heden te halen, maar een volledig nieuwe interpretatie waarin regie, choreografie, vertaling en vormgeving naadloos samenkomen. Daarbij blijven de herkenbare en tijdloze muziek van Andrew Lloyd Webber en de emotionele kern van het oorspronkelijke verhaal volledig overeind. Waar in het Rijksmuseum meesterwerken zorgvuldig worden geconserveerd, hebben de makers ervoor gekozen deze musicalklassieker niet achter glas te zetten, maar opnieuw tot leven te brengen. En wat voor een leven!

Frank

Cats speelt tot juni 2027 in Nederlandse theaters. Meer info en kaarten: musicalcats.nl

Gerelateerd aan dit artikel
Nieuws, Première, Recensie
, , , , , ,
Deel dit artikel: