Een week geleden maakte Stage Entertainment bekend dat ze de Bowie-musical Lazarus volgend jaar naar Nederland haalt en (minstens) een half jaar in het DeLaMar theater gaat programmeren. De casting is reeds begonnen, al duurt het nog ruim een jaar voordat de première zal zijn. Vandaag schrijft de nieuwe theaterredacteur van De Volkskrant, Herien Wensink (voorheen NRC), over de uitdagingen die deze casting met zich mee moet brengen. Ze spreekt daarover met castingdirector Job Gosschalk en acteur Stefan Rokebrand (Chez Brood, Soldaat van Oranje). De opening van het artikel is echter nogal tendentieus: “Voor Lazarus is een Nederlander nodig die steengoed acteert en waanzinnig zingt. Bestaat die wel? Er gaapt namelijk nog steeds een onwenselijke kloof tussen het ‘serieuze’ toneel en musicals.”
Het artikel vervolgt: “Gezocht, voor mogelijk de meest begeerde theaterrol van volgend jaar: man, 32-48 jaar, moet kunnen spelen en zingen. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Om te beginnen moet de ideale kandidaat wel méér dan aardig kunnen zingen. Castingdirector Job Gosschalk: ‘Het is Bowie! Die muziek zing je niet zomaar even.’ Maar hé, genoeg geschikte musicalzangers in de Stage Entertainment-stal, toch? Nou, zegt Gosschalk, ‘Ivo van Hove doet wel de regie. En die stelt natuurlijk ook heel hoge eisen aan het acteren.’”
Hiermee wordt wederom olie op het (altijd smeulende) vuurtje gegooid dat Nederlandse musical-acteurs niet zouden kunnen acteren. Er wordt regelmatig met enig dedain neergekeken vanuit de doorgaans gesubsidieerde toneelwereld naar de prestaties van hun collega’s in het muziektheater en musical. Een zuiver Nederlands verschijnsel overigens, want erkende musical-landen als de USA en in Engeland worden toneel en musical gezien als volstrekt gelijkwaardig. Typerend is dan ook dat de Amerikaanse Tony Awards en de Engelse Olivier Awards beiden prijzen toekennen aan zowel toneel- als musicalproducties.
In haar artikel veronderstelt Herien echter dat we in Nederland niet in staat zouden zijn om een goed-spelende zanger te kunnen vinden: “Voor de rol van Thomas Newton in de Nederlandse versie van de Bowie-musical Lazarus zoekt Gosschalk een topzanger die ook een topacteur is, of andersom. En die combinatie is in de Nederlandse theaterwereld gek genoeg niet vanzelfsprekend. Hoe raar en onwenselijk wellicht ook, hier gaapt nog steeds een kloof(je) tussen het ‘serieuze’ toneel en de musical. Typische toneelacteurs kunnen het beste spelen, maar zingen niet altijd even overtuigend, musicalacteurs zijn betere zangers, maar vaak niet de sterkste acteurs.” Nogal een gotspe, temeer daar Herien in de afgelopen drie en een half jaar welgeteld twee artikelen (van de in totaal 337 artikelen sinds januari 2014) geschreven heeft over muziektheater (Chez Brood en De Gelaarsde Poes) en verder geen enkele recensie van een musical of muziektheaterstuk geplaatst zag. De vraag lijkt gerechtvaardigd in hoeverre ze zich heeft ingelezen of voorbereid hiervoor, want de kandidaten waar ze mee op de proppen komt zijn (op zich niet onterecht) Maarten Heijmans (De Gelaarsde Poes), Stefan Rokebrand (Chez Brood) en Gijs Naber.
Ik zou toch echt een lans willen breken voor de vele musicals en muziektheaterstukken die Herien niet beschreven heeft, zoals (en dit is slechts een kleine greep die me het eerste te binnen schieten) Hij gelooft in mij, Ramses, De Kleine Blonde Dood, Willem Ruis, Kiss of the Spider Woman, Sweeney Todd of The Bridges of Madison County. Het is niet gezegd dat de nieuwe hoofdrolspeler uit Lazarus in deze producties gezocht moet worden, maar ik hoop wel dat de casting zich op een grotere groep kanshebbers zal richten dan het eigen kleine kringetje van het (gesubsidieerde) toneel. Júist voor een rol in een productie van de hand van David Bowie, die bij uitstek een artiest was die zichzelf keer op keer opnieuw uitvond en van gebaande paden afweek.
Frank