Wat als Marty McFly niet in de DeLorean was gestapt om terug te reizen in de tijd, maar, zoals een goed tiener betaamt, door de “pretsigaretten” in een visioen beland? Dan was de kans groot dat hij in een verhaal als ‘Onder de Groene Hemel‘ terecht was gekomen. En laat die musical nu gisteren in première zijn gegaan….
Op muziek van Boudewijn de Groot en liedteksten van Lennaert Nijgh, vertelt en speelt Jimmy (René van Kooten) de periode (1969/1970) waarin zijn ouders elkaar ontmoetten, het ontstaan van hun liefde en daarmee zijn eigen ontstaan. Barbara (“Babbe”, gespeeld door Sophie Veldhuizen) is een keurig meisje uit Heemstede, dat na haar eindexamen Gymnasium naar Amsterdam vertrekt om daar te gaan studeren. In het epicentrum van de Hippies, het Vondelpark, ontmoet ze Berend (Thomas Cammaert) en ze wordt verliefd op hem. Berend vindt de vrije liefde belangrijker dan een keuze maken voor Babbe, dus als deze zwanger raakt, wil zij het kind niet. Morning-after pil en abortus zijn echter nog niet legaal, Babbe verlaat Amsterdam en Berend en keert terug naar Heemstede. Tot vreugde van haar conservatieve ouders (gespeeld door Anne-Mieke Ruyten en Jan Elbertse) krijgt ze min of meer verkering met haar degelijke buurjongen Stefan, gespeeld door Daan Smits, een rol die hij combineert met die van “Kabouter” Roel van Dam. Op aandringen van vriendin Julia Bloem (Hanneke Last) gaat Berend echter op zoek naar Babbe, om zijn liefde aan haar te verklaren. Een redelijk clichématig “jongen-ontmoet-meisje, krijgen iets, raken elkaar kwijt en vinden elkaar weer” verhaaltje dus. In het verhaal zit ook niet de sterkste kant van deze voorstelling; dat is zonder twijfel de muziek en een aantal uitstekende optredens van met name René van Kooten en Thomas Cammaert.
Waarom Jimmy terug in de tijd moet gaan om zijn ouders bij elkaar te krijgen blijft een raadsel. Ook hoe hij daar verzeild raakt, want in tegenstelling tot de eerder genoemde Marty McFly heeft hij geen DeLorean met Flux Capacitor tot zijn beschikking. Er is ook geen sprake van een “Time Paradox”, als de tijdreiziger het verloop van de gebeurtenissen in het verleden beïnvloedt, maar toch doet Jimmy niet echt pogingen om zijn ouders bij elkaar te krijgen; het blijft bij wat vage verwijzingen dat ze voor elkaar geschapen zijn en het later wel zullen begrijpen. Enkel dankzij de hulp van Julia, raakt Berend overtuigd van zijn liefde voor Babbe.
Er wordt een beeld geschetst van de Flower Power periode eind jaren 60, begin jaren 70, van vrije liefde, protesten tegen het establishment en de consumptiemaatschappij. Er wordt verwezen naar de musical Hair, waarin spelers veelal naakt op het toneel stonden. De uitvoering die danseres Julia Bloem (een verwijzing naar Phil Bloom, die in 1967 als eerste vrouw in het VPRO-programma Hoepla naakt op Nederlandse TV verscheen) is echter nogal kuis voor die tijd, met enkel een glimp van een borst achter een krant en een blik op de billen. Niet echt vergelijkbaar met bijvoorbeeld Hair, of Oh Calcutta, uit dezelfde periode. Er wordt gepoogd het gedachtengoed van de hippies in historisch perspectief te plaatsen, met verwijzingen naar biologisch voedsel in de supermarkten, de bankencrisis en een donkere Amerikaanse president, al zijn het geen bijster originele grappen.
De kracht van deze voorstelling is echter ontegenzeglijk de muziek, met een paar ijzersterke hits, zoals ‘Testament’, ‘Welterusten meneer de president’, ‘Pastorale’, ‘Prikkebeen’, ‘Het Land van Maas en Waal’, ‘Jimmy’ en ‘Malle Babbe’., afgewisseld met wat onbekender werk van De Groot / Nijgh. René van Kooten, hoewel het script hem weinig spelmogelijkheden biedt, toont zich weer eens een uitstekende folk/pop zanger, terwijl Thomas Cammaert als een meer zweverige hippie met een engelenstem de softere nummers voor zijn rekening neemt. Hoogtepunt is als bandleider Marcel de Groot voor een gitaarsolo naar voren treedt, op luttele meters afstand van vader Boudewijn. Ook Anne-Mieke Ruyten maakt indruk met de inleving van haar solo. Sophie Veldhuizen is in haar bewegen onbeholpen, maar klinkt vooral in de duetten wel erg mooi. Helaas was de geluidsregeling nog niet optimaal – ook wat vreemd dat als de volledige cast op het toneel op een akoestische gitaar speelt, er enkel een banjo en bas te horen is.
Hoewel de thematiek van ‘Onder de Groene Hemel‘ niet bijster origineel is, een standaard liefdesverhaal en de clash tussen de generaties van de spruitjeslucht en hasjiesj-lucht, de uitwerking in het script matig is, maakt de muziek dat grotendeels goed, zeker als het uitgevoerd wordt door topartiesten als René van Kooten en Thomas Cammaert.
Frank
Onder de Groene Hemel speelt tot eind mei in Nederlandse theaters. Meer info en speellijst: www.onderdegroenehemel.nl
















